1.WAT IS TA?

De Transactionele Analyse (TA) is een persoonlijkheidstheorie en communicatiemodel, ontwikkeld door Eric Berne (1910-1970). Berne was een psychiater die een opleiding volgde tot psychoanalyticus. Maar die opleiding vond hij zo ingewikkeld dat hij besloot om de theorie te vereenvoudigen, zodat iedereen daar gebruik van kon maken. 

Hij vertaalde de psychoanalytische begrippen Superego, Ego en het Id in: Ouder, Volwassene en Kind.

Ouder

Je reageert uit je Ouder als je denkt, voelt en handelt zoals je opvoeders je hebben voorgedaan.                    Dat kan zijn: kritisch en normerend vanuit je Kritische Ouder (KO) of zorgend en beschermend vanuit je Zorgende Ouder (ZO)

Kind

je reageert uit je Kind (K) als je denkt, voelt en handelt zoals je vroeger als kind deed. Dat kan zijn vanuit je Natuurlijke, Vrije Kind (VK) of vanuit  je  Aangepaste Kind (AK): gehoorzamend of rebels. 

Volwassene

Je reageert vanuit je Volwassene (V) als je denkt, voelt en handelt overeenkomstig  je huidige leeftijd en de huidige omstandigheden.

 

Het verschil met de psychoanalyse

De zichtbaarheid

Vergeleken met een lamp: de begrippen Superego, Ego en Id gaan over de onzichtbare stroom in de draad. De begrippen Ouder, Volwassene en Kind gaan over de lampen die gaan branden als je op de gewenste knop drukt. Daar komt ook het woord transactie vandaan. Het is een wisselwerking tussen de lamp en de schakelaar. Een transactie is een doelgerichte interactie. Door bij iemand op een knop te drukken roep ik bepaald gedrag op. Is dat gedrag ongewenst? Dan druk je op een andere knop.  

De toepasbaarheid

In de psychoanalyse heb je een therapeut nodig die voor jou interpreteert wat de betekenis is van wat je denkt en voelt. Dat doet een psychoanalyticus door je dromen en je vrije associaties te interpreteren. In de TA staat juist de autonomie van de betrokkene centraal. Daarbij wordt gebruikgemaakt van zichtbare gedragingen. Je wordt zelf aan het denken gezet. Je bent geen patiënt die een behandeling ondergaat, maar dat een cliënt of een leerling die meedenkt. Daarom is TA ook meer een didactisch model dan een therapeutisch model.  Vandaar de toepassingen in het management, in het onderwijs en in het coachen. Niet gericht op het veranderen van wat niet goed is, maar op het versterken en ontwikkelen van wat wel goed is. 

De universaliteit

In de jaren 70 van de vorige eeuw was TA heel populair door publicaties zoals: 'Ik ben OK, jij bent OK', 'Born to win' en het boek 'Games people play' (vertaald als: Mens erger je niet) , waarvan miljoenen exemplaren zijn verkocht. De TA-begrippen worden wereldwijd op dezelfde manier gebruikt en toegepast. De opleiding is bijvoorbeeld in Amerika, in Australië, in Azië en in Rusland overal hetzelfde. TA wordt toegepast in verschillende werkvelden, zoals in het management, het onderwijs, in therapie en in coaching.

In Nederland kennen we de NVTA, in Europa de EATA en in Amerika de ITAA.

 

TA is een positief gezondheidsmodel

Het positieve gezondheidsmodel gaat ervan uit dat gezondheid en welzijn twee onafhankelijke variabelen zijn. Positieve gezondheid betekent dan niet alleen dat je geen klachten hebt, maar ook dat je in staat bent om te participeren op  verschillende levensgebieden.  

Je kan gezond zijn (+) en wel participeren (+)

Je kan gezond zijn (+) en niet participeren (-)

Je kan klachten hebben (-) en wel participeren (+)

Je kan klachten hebben (-) en niet participeren (-)

 

In het positieve gezondheidsmodel staat mentaal gezond werken

dus los van je klachten.

TA is een holistisch gezondheidsmodel

Holistisch betekent dat gezondheid betrekking heeft op lichamelijke, mentale, sociale en spirituele gezondheid. Een onderzoek naar de oorzaak van gezondheidsklachten doe je dan ook op alle vier domeinen. Problemen in het ene domein kunnen leiden tot klachten in het andere domein. 

 

TA is gebaseerd op de complexiteit-theorie

Ziektes zijn zo complex dat veel huisartsen zelf ook niet weten wat de oorzaak en de beste behandeling is. Dat komt zo vaak voor dat er een aparte naam voor is bedacht: SOLK: somatisch onverklaarbare lichamelijke klachten

Volgens de complexiteitstheorie zoek je dan naar fractals: zich herhalende patronen op micro-, macro- en mesoniveau. In de TA wordt daar het begrip 'script' voor gebruikt. 

Complexe problematiek vereist een multidisciplinaire aanpak van een team dat bestaat uit een arts, een psycholoog, een sociaal werker en een pastor. En die spreken allemaal een andere professionele taal. Als dan ook de inzet van de patiënt is vereist, dan is de TA een prachtige taal waarmee je de verschillen kan overbruggen zonder dat het afbreuk doet aan je professionele expertise. 

 

2 .WAT VOORKOM JE ERMEE?

Met de kennis van TA voorkom je spelmatig en scriptmatig gedrag: gedrag dat je vroeger als kind hebt ontwikkeld en wat toen de beste overlevingsstrategie was.  Dat gedrag is gebaseerd op een scriptbesluit, dat toen de beste beslissing was. Maar als later de omstandigheden veranderen, zonder dat je je scriptbesluit daarbij aanpast, dan kan het script zich tegen je keren. Een winnaarsscript wordt dan een verliezerscript. Je hebt dan de neiging om gedrag bij anderen uit te lokken waarmee je je vroegere scriptbesluiten kan bevestigen. Dat heet spelmatig gedrag. Dat eindigt vaak met de conclusie: 'zie je wel... gevolgd door een bevestiging van je scriptbesluit. 

 

3. WAT BEREIK JE ERMEE?

Autonomie 

Het doel van een TA-traject is autonomie.  Autonomie bestaat volgens Berne uit: bewustzijn, intimiteit en spontaniteit, rekening houdend met anderen. Later is daar door anderen integriteit aan toegevoegd. 

Mentale gezondheid

Je bent mentaal gezond als je:

  • logisch denkt
  • adequaat met de gevoelens van jezelf en die van anderen omgaat
  • weet wat je wil
  • doet wat nodig is om je doel te bereiken.

Mentaal gezond werken

Mentaal gezond werken betekent dat je op je werk je plek kan innemen en je kan verbinden met anderen,  Werken is gezond, omdat het structuur, sociale contacten, uitdaging en voldoening biedt. In TA termen heet dat: je krijgt er ‘strooks’ door. Een strook is een eenheid van erkenning.

 

4. HOE DOE JE DAT?

Het ontwikkelen en versterken van je mentale gezondheid is vergelijkbaar met het metselen van een muurtje. Dat mentale muurtje bestaat uit 4 mentale bouwstenen: denken, voelen, willen en doen. 

Een bouwsteen betekent dat je als individu, als team, als afdeling of als organisatie in staat bent om:

  1. logisch te denken,
  2. adequaat met gevoelens om te gaan,
  3. te weten wat je wil,
  4. te doen wat nodig is om je doel te bereiken.

Met een bouwsteen metsel je een recht muurtje. Dat is stabiel en belastbaar.

Een bouwsteen verandert in een baksteen als je als individu, als team, als afdeling of als organisatie niet in staat bent om: 

  1. logisch na te denken.                                                                                            Er is dan sprake van een mindless script                                                                                                                                                 dat kan eindigen in verwarring.  
  2. adequaat met je gevoelens of die van een ander om te gaan.      Er is dan sprake van een joyless script dat                                                                                                                                             kan eindigen in een depressie. 
  3. te kiezen en rondjes blijft rijden op een rotonde.                                Er is dan sprake van een loveless script                                                                                                                                                 dat kan eindigen in  verslavingsgedrag. 
  4. te doen wat nodig is en onderweg stil blijft staan.                               Er is dan sprake van een powerless                                                                                                                                                          script dat kan eindigen in de rol van                                                                                                                                                          Slachtoffer. 

 

Met een bouwsteen metsel je een recht muurtje

Met een baksteen metsel je een scheef muurtje.

Een scheef gemetseld muurtje is labiel en stort snel in. Dat kan je voorkomen met ballonnen. 

 

 

 

WAT ZIJN BALLONNEN?

Een ballon is een gebod wat je jezelf oplegt. Je moedigt jezelf ermee aan zodat je mentaal niet instort. Maar het is te veel van het goede. Het gaat ten koste van jezelf of ten koste van anderen. Hierdoor belast je jezelf te veel met als gevolg dat je mentale ballon knapt en je muurtje instort. Meestal gebeurt er iets en dan blijkt dat je geen reserve meer hebt. Dat heet een luxerende factor. Soms is het iets kleins, soms is het groot.